(3/4)IntroVers 1Weet Je Nog Dat We Door Gent Liepen Schat?Weekenden Lang In De Zon Of De KouJij Nam Me Mee Want Je Kende Die StadMaar Wat Je Ook Aanwees 'K Zag Altijd Weer Jou'T Kasteel En De Kerken, Die Kroeg Aan Een PleinWaarvoor Je M'n Hand Greep En Meetrok Naar BinnenEn Later Die Prachtige Stille FonteinMet Al Die Figuren Van Beeldhouwer MinneDie Knielende Knapen Uit Dofglanzend BronsHet Leek Wel Of Alles Gemaakt Was Voor OnsHet Was Net Of Die Knapen Daar KnieldenVoor Twee Mensen Die Van Elkaar HieldenBreakVers 2Weet Je Nog Hoe We Door Gent Liepen Schat?Met Zo'n Gevoel Dat Het Eeuwig Zou ZijnNet Of De Tijd Toen Geen Vat Op Ons HadWeet Je Nog 'T Patershol; Oesters En WijnWe Praatten En Lachten En Kusten ElkaarHet Kon Ons Niet Schelen Of Mensen Dat ZagenWe Waren Verliefd En Daar Leefden We Naar'T Was Allemaal Goud Wat Er Blonk In Die DagenWe Bleven Voor Iedere Winkelruit StaanEn Keken Elkaar In De Spiegeling AanIk Dacht Echt Dat Ze Gent Destijds BouwdenSlechts Voor Mensen Die Van Elkaar HoudenBreakVers 3Weet Je Nog Dat We Door Gent Liepen Schat?Naar Ons Hotelletje Achter Het SpoorEen Bad En Een Bed Maar Voor Ons Was Dat ZatWe Brachten Er Al Onze Nachten In DoorHet Voorspel Van 'T Eerste Tot Het Laatste BedrijfDe Gulzige Speurtocht Van Handen En MondenWe Kusten En Blusten De Brand In Ons LijfEn Voelden Ons Zo Met Elkander VerbondenEn Als We Dan Eindelijk Moe Maar VoldaanIn Slaap Vielen Bij Een Verblekende MaanDan Bezwoeren We In Onze DromenDat Er Nooit Meer Een Ander Zou KomenBreakEpiloogWeet Je Nog Dat We Door Gent Liepen SchatDenk Je Daar Af En Toe Nog Wel 'S Aan?Of denk jij soms ook net als ik wel eens :Dat Gent Misschien Wel Nooit Echt; Heeft BestaanOutro