Intro
Vers 1
Met Enkel Nog De Noordzee Als Ongerept Gebied
Met Enkel Nog Het Duin Dat Stormen Weerstand Biedt
Met Enkel Brakke Rotsen, Zo Hopeloos Verspreid
Ontvoerd Door De Getijen Na Opgegeven Strijd
Bevrijdt Zich Uit De Sluier Van Eindeloos Trieste Mist
En Tart De Westenwind, Die Zich In Kracht Vergist
Het Vlakke Land Dat Het Mijne Is
Vers 2
Met Stoere Kathedralen Als Wachters Uit ’T Verleden
Met Forse Klokkenklanken Soms Zingend Zonder Reden
Met Torens En Kantelen Die Haast De Hemel Raken
En Die Door ’T Weer Gekweld Soms Bange Zuchten Slaken
Met Grauwe Regenwegen Bij Dagen Koud En Kil
Getuigt Het Oostenwind Van Zijn Steeds Vaste Wil
Het Vlakke Land Dat Het Mijne Is
Vers 3
Met Een Zo Lage Lucht Die Vaak Op Droefheid Wijst
Met Een Zo Lage Lucht Die Als Een Schaduw Grijst
Met Een Zo Grijze Lucht Die ’T Hart Soms Droefheid Geeft
Met Een Zo Grijze Lucht Dat Men Het Hem Vergeeft
Bij Felle Noordenwind Die Gierend Stuoos Raakt
Bij Barre Noordenwind Wordt Het Weer Oud En Kraakt
Het Vlakke Land Dat Het Mijne Is
Vers 4
Maar Met Een Straaltje Zon Dat Langs De Schelde Draalt
En Uit ’T Ontwaakte Landschap De Felste Kleuren Haalt
Met Nieuw Herboren Dromen, Beloften Van De Mei
Met Trillend Warme Velden, Zinderend In Zomertij
Met Gouden Korenzeeën, Gewiegd Door Zuidenwind
Herleeft En Zingt En Juicht Als Een Uitgelaten Kind
Het Vlakke Land Dat Het Mijne Is